Omdat het pijn doet

Met de wereld om mij heen is het maar belabberd gesteld. Ik weet dat, omdat ik met veel te grote regelmaat moet lezen dat er weer olifanten zijn gedood om hun tanden. Dat doet mij welhaast fysiek pijn, weet u dat? En hoe zeer ik ook tracht mijn leven netjes te leiden en maar tracht mij niets aan te trekken van alle klootzakken en kutwijven om mij heen, merk ik dat met de dagen de cirkel van fatsoen, geluk en medeleven kleiner en kleiner wordt. En wat ik er aan kan doen, weet ik niet. Wat ik dénk er aan te kunnen doen, doe ik. Ik zonder mij steeds verder af. Daarvoor hoef ik in het geheel niet van het toneel te verdwijnen, hoor. Ik zonder mij af waar iedereen bij staat, en zonder dat ook maar iemand iets in de gaten heeft.

U kent de verhalen wel … “Het was zo’n aardige man, nooit gedacht dat hij voor de trein zou springen. Hij was gelukkig en zei altijd hallo.” Nu, zo’n verhaal zal er over mij niet snel te vertellen vallen. Ten eerste omdat ik zo aardig helemaal niet meer ben en ten tweede omdat ik als de dood ben voor treinen. “Presenteer mij een gifbeker en ik de wereld uit!”, roep ik luid door mijn lege kamer. Ik hoop stiekem dat iemand het heeft gehoord, maar ik weet dat niemand het heeft gehoord. Ik schenk mijzelf dan maar nog een gifbekertje in. Met biersmaak, bubbels en een mooi etiket met daarop de foto van een oude bierbrouwerij en ik stel mij voor dat ik terug in de tijd kan stappen. Zo van: “Hupsakee!” en dat ik dan, zoals in een spannende film, mijzelf opeens bevind in Duitsland. Aan de poort van de afgebeelde brouwerij op mijn flesje met bier. Ik loop naar binnen en word op slag verliefd op de meid. Zij niet op mij, dus ik besluit om maar weer terug te gaan naar waar ik vandaan kom en schrijf er een stukje over.

~ Fred

Van de negers

In de zomer wil ik nog weleens op vakantie gaan. En omdat mijn gezin mij niet graag aan mijn lot overlaat, gaan we met z’n allen. Dat is voor de een wat minder onaangenaam dan voor de ander, maar daarvan zal ik u de details besparen. Het is immers geen flauwekul, zo’n vakantie.

Het begint allemaal met het kiezen van een bestemming. Mijn inbreng is daarbij niet van belang, omdat de criteria die ik daaromtrent hanteer eenvoudig, helder en overzichtelijk zijn. Aan de hand van het zetten van een checklistvinkje bij twee van de twee vereisten waar een vakantie voor mij aan moet voldoen, is het al in orde: Het is er warm en Er is bier.

Zo kwamen we dit jaar, na ongeveer drie uur vliegen, aan op het vliegveld van Fira, Santorini. Een uiterst puik hotel, met dito bar en geweldige barman vielen ons te beurt. We hadden het in dergelijk mate zo naar ons zin, dat wij voor de klok van het middaguur al dronken waren. Mijn vrouw en ik, welteverstaan, want wij vinden de kleine meid met drie jaar nog wat te jong voor zowel een piña colada als voor een biertje. Hoe verfrissend dat ook kan zijn, zo onder de warme zon van Santorini. Zij zelf schijnt daar allerminst moeite mee te hebben en tikt zonder blikken of blozen de ene versgeperste jus de pommes na de andere naar binnen.

Ik ga u niet trakteren op onze hele vakantie, ten eerste omdat ik veel te veel geneigd zou zijn om er van allerlei onzin bij te gaan verzinnen en ten tweede omdat ik dat allemaal liever voor mezelf houd. En mocht er nog een derde reden zijn, dan is dat wel omdat ik aan u eigenlijk helemaal geen tijd meer wil verspillen. Ik doe het toch, want ik heb zojuist, een uurtje of wat geleden alweer, aan iemand de blode belofte gedaan dat ik een verhaal zou gaan schrijven. Een verhaal van de negers op het strand. Ik ben als de dood voor hem, dus ik ben dan maar meteen aan de slag gegaan.

Tijdens de vakantie gebeurt er tegelijkertijd een heleboel en helemaal niks. Een combinatie waar ik uiterst gecharmeerd van ben, zeker tijdens mijn jaarlijkse zomervakantie. Een van de dingen die gebeurden, was het passeren van de negers op het strand. Met elegante en ontspannende tred, lopen zij (geheel gekleed in spijkerbroek en overhemden met lange mouwen, wel met de bovenste knoopjes open, natuurlijk – ter verfrissing én om van te smullen voor de zonnebadende dames) heen en weer over het strand. Dat doen zij niet zomaar, beste lezer. Dat doen zij niet zomaar. Dat doen zij namelijk met het doel om geld te verdienen. Want, zoals u misschien niet weet, negers verdienen wel degelijk graag geld! Vandaar dat ze op alle vakantiebestemmingen waar u ooit bent geweest en nog naar toe zult gaan, te vinden zijn.

Ze verkopen zonnebrillen, lederen tassen, slaapzakken en hoedjes van papier. En nog veel meer. Petjes bijvoorbeeld. Petjes, knuffelaugurken, regenjassen en mollenvangen. Het is dan ook altijd een bonte bende als de negers over het strand lopen.

Op het strand van Kamari, waar wij dagelijks te vinden waren, kwamen elke dag eenmaal (soms vaker) de negers langs. Zij verkochten aan de mensen zelf gevlochten armbandjes in allerlei vrolijke kleuren. Dan kwamen ze naar ons toe en groetten ons dan vriendelijk. Daarbij staken ze een vuist naar voren en zeiden ze: Peace and Love, en dan bokste ik en mijn dochter tegen die uitgestoken vuist en zeiden wij ook: Peace and Love. Mijn vrouw heeft al genoeg Peace and Love van zichzelf.

Tot zover niets bijzonders. Wel bijzonder, is dat ze ons nooit vroegen om een armbandje te kopen. Dat vond ik eigenlijk wel prima, want die handenarbeid vertrouw ik voor geen meter. En al helemaal niet als ik daar vijf euro voor zou moeten neertellen.

Perissa

We zijn bij de dag aangekomen waarop ik tegen mijn vrouw zei: “Overmorgen is de vakantie al weer voorbij.” Zij kon zulks enkel beamen en ik nam een ferme teug uit het gekoelde bierglas (helemaal vol met zojuist getapte Mythos). Zij nam een enorme hap uit een tros druiven en schopte met haar voet de vaas met bloemen om. Niet omdat ze haar in de weg stonden of irriteerden, neen! Als mijn vrouw een vaas met bloemen omschopt, dan heeft zij daar een geldige reden voor. Vaak, maar niet altijd, vertelt ze mij die reden. Ditmaal was de reden dat het helemaal niet haar bedoeling was de vaas met bloemen om te schoppen, maar dat het een ongelukje betrof. Gelukkig is de vaas nog heel en bedraagt de schade enkel een kleine plas water op de vloer van ons terras. Een plas die in het heersende klimaat opdroogt terwijl je er naar kijkt. Ook als je er niet naar kijkt, trouwens.

En terwijl de plas bezig is te veranderen in waterdamp, besluit ik om samen met mijn dochter een klein dagtripje te maken naar Perissa. Een boottochtje naar een andere baai. Aldaar gaan we samen lekker aan de zee zitten, terwijl mama een dagje afkoelt aan het zwembad. Want dat kan natuurlijk ook. In de rust van de schaduw en in luwte van de wind, leest ze wat af. Daar kan zelfs ik niet tegenop schrijven. Gelukkig vindt ze mijn pen maar niks, anders had ik het huis niet meer uitgekomen. En daar zijn we al op pad.

Op het strand van Perissa is het een stuk rustiger dan op het strand van Kamari (waar het eigenlijk ook al helemaal niet druk was – een aanrader, dus beste lezer, een aanrader – Kamari, niet Perissa). Het is er prachtig, maar, wat zeg ik nu net, behoorlijk rustig. Bijna geen winkeltjes en maar een handvol barretjes. Nu is één bar al genoeg om dronken te worden, dat weet ik uit ervaring, maar op vakantie wil ik ook graag wat te kiezen hebben. Nu waren we op Perissa niet voor het bier, maar om samen wat quality time door te brengen en dat gingen we doen ook! Allebei een ijsje, lekker zwemmen en genieten van het kijken naar de zon die door de gaatjes van de parasol op onze bol schijnt. Een heerlijke een-na-laatste dag van de vakantie.

En, alsof het feest al niet groot genoeg was, zien wij in de verte de negers aan komen wandelen. Mijn dochter zegt “Peace and Love” tegen mij en steekt haar kleine vuistje naar voren. Ik boks Peace and Love terug en samen wachten we op de komst van de negers. Als er een naar ons toe loopt, is mijn dochter hem te vlug af, en ze steekt haar vuistje al naar voren. Een boks en enorme glimlach van de neger krijgt ze er voor terug. En voordat hij weg wil lopen, besluit ik dat dit het moment is om voor ons allebei een armbandje te kopen. Ten eerste als herinnering aan Santorini en ten tweede natuurlijk om de vreselijk aardige en relaxte negers niet te vergeten.

Ik eentje in de reggaekleuren rood, geel, groen en zwart en mijn dochter eentje met roze, mauve, purper en lila.

Weer thuis

Als we weer thuis zijn, zijn we de vakantie eigenlijk veel te vlug weer vergeten en gaat het leven van weleer verder zoals het was. Natuurlijk denk ik er nog vaak aan terug, maar langzaam slijt het toch wel een beetje. Wij hebben allebei ons armbandje nog om en boksen regelmatig een Peace and Love. Wat heerlijk is dat toch.

Een week of wat geleden wandelden wij door het centrum van Den Haag, op weg naar de bioscoop. Mijn dochter zit op mijn nek en roept opeens: “Kijk papa, een neger!” Tja, daar had ze nog gelijk in ook, dus wat te doen? Ik moest toch maar even een plannetje bedenken om er voor te zorgen dat ze voortaan niet bij elke neger: “Kijk papa, een neger!” gaat roepen. Mensen zouden nog eens rare dingen gaan denken. Na kort overleg met mezelf zeg ik tegen haar: “Schat, dat is gewoon een meneer. De negers zijn op het strand en verkopen armbandjes.” En daar was ze het meteen mee eens. Ik steek mijn vuist omhoog en zij bokst me een Peace and Love.

Dat had ik toch maar mooi weer opgelost. Dat met die negers.

Naar school

Vorige week bracht ik haar naar school. Een gebeurtenis die moeiteloos aansluit op het bovenstaande, dus waarvan ik echt nog even melding wil maken. Bij haar op school nemen alle kindjes een fruitje mee (een kiwi, een appel, peer of een watermeloen) die ze dan in de loop van de ochtend gezellig samen oppeuzelen. Mijn dochter neemt ook altijd een speelgoedje mee. Dat kan haar witte knuffelhondje zijn, een prentenboek of (zoals vandaag) haar armbandje.

Ik breng haar naar de klas en zij geeft de juf haar appel. Terwijl ik wegloop, hoor ik de juf vragen: “En wat heb je hier voor iets moois?” Mijn dochter antwoordt, terwijl ik net de drempel naar buiten overstap, “Dat is een Peace and Love-armbandje.” Ik blijf staan, want ik weet wat er nu gaat komen en ik wil het voor geen goud in de wereld missen.

~ Fred