Meedoen

Meedoen. Dat vond ik vroeger ook al kut. Liever doe ik namelijk helemaal niet mee. Nergens aan. Gewoon, mijn eigen ding doen, met de gordijnen dicht en de knop van de volume ergens tussen de 6 en 7. En dan bij voorkeur luisteren naar muziek die ergens over gaat. Die van Frank Zappa, bijvoorbeeld. Of van J.S. Bach (dat is Johann, met twee n’en). Naast mij parkeer ik op mijn tafel dan graag een pilsener. De laatste tijd ben ik erg gecharmeerd van het Oekraïense bier: Obolon. Maar ook van het wat minder bekende Zhigulyovskoye. Dat terzijde.

Zo werd mij nog geen twee weken geleden nog gevraagd of ik mee wilde doen aan een of ander project. Ik heb verder niet om details gevraagd, maar gewoon meteen ‘nee’ gezegd. “Fuck toch off met je kutproject!” dacht ik, terwijl ik mij netjes verontschuldigde het veel en veel te druk te hebben. In werkelijkheid heb ik hele dagen geen reet te doen, maar dat hoeft niet iedereen te weten, natuurlijk.

Ik zie net dat ik in minder dan 500 woorden al tweemaal het woord kut heb gebezigd. Nou, dan zal ik het wel menen ook! Dat gezegd, word het langzamerhand steeds leger om me heen. Je kunt mensen blijkbaar maar een paar keer (en sommigen maar eens) bedanken voor de uitnodiging. Het bevalt me prima, als ik heel eerlijk ben.

Zeg ik.

De inspecteur

Alsof het allemaal nog niet erg genoeg is, krijg ik ook nog eens vreselijke steken in mijn knie. De pijn in mijn hoofd is al langzaam doch zeker aan het wegebben, maar mijn knie. Mijn knie is een heel ander verhaal. Gelukkig zijn er ook positieve kanten aan het hebben van pijn in mijn knie, namelijk dat ik niet meer hoef te denken aan de onzichtbare kwelling in mijn kalende knar bij het zien van wereldlijke verlating. Leegten die achterblijven bij het verdwijnen van de mensen. Dezelfde mensen die jaren ervoor nog zorgden voor paniek en andere lelijkheid.

De stad in het oosten, waar ik telkens als ik er kwam, liever omheen was gereden. Uitwijken naar het eerste het beste dorp, dat zou ik willen. Om er in de plaatselijke herberg onstuimig het bed in te duiken met de dochter van de herbergier, die voor een paar shilling extra, naast schuimend bier, ook haar lichaam aanbiedt. En altijd in die volgorde. Ik zou er blijven en na twee maanden worden Salia en ik nog verliefd op elkaar ook. Wat een genot, om haar elke avond helemaal voor mijzelf alleen te hebben. De achtergebleven putjes, krasjes en haakjes van haar vroegere minnaars worden met de dag onzichtbaarder voor mijn blindende ogen.

Maar net zoals alle voorgaande keren gun ik mijzelf het eeuwigdurende liefdesgeluk niet en rijd ik, zonder wat voor een omweg dan ook, rechtstreeks naar het oude centrum en parkeer de wagen, netjes tussen twee palen met kapotte straatverlichting. Mijn schoenen worden, zoals alle voorafgaande keren,  zwaar op het moment dat ik het portier open en naar buiten wil stappen. Ik kijk nog even naast me … niets vergeten? Niets vergeten.

Ik stap de hal binnen en de akelige geur, die ik inmiddels als bijna vertrouwd ervaar, kruipt mijn neus in. Ik kokhals twee keer, houd mijn hand voor mijn mond en doe mijn ogen dicht. Het went, weet ik mijzelf voor de zoveelste keer te overtuigen om maar niet vroegtijdig om te draaien. Het went. En, ik heb mijzelf nog niet uit laten praten, of daar haal ik de hand alweer voor mijn mond vandaan en stap ik met stevige tred de hoge drempel over. Ik ben binnen.

De hal is ongeveer honderd meter diep en veertig meter breed en ligt vol met in de vlucht achtergelaten spulletjes. Het meeste wat er ligt, zijn schoenen in macabere onparen. Hier en daar ligt een pen, een omgevallen stoel, een bureau. De hal is leeg. Al bijna dertig jaar. Er is sindsdien niemand meer geweest.

Behalve ik. Ik ben op zoek naar het kinderspeelgoed van de ziel. Ik begeef me op de snelweg van het glasvezel en de telefoonverbinding en ben ook bij u in huis. U ziet me niet of nooit, maar ik blijf telkens weer aankloppen. Omdat ik maar één ding wil. Dat u maar niet vergeet dat ook al is Prypjat verlaten, de stad nog wel bestaat. En naast heel erg veel oude rommel, ligt daar ook vergeten speelgoed.

Verdeel mij

De tijd dat ik onbezorgd, als jonge hond door mijn leven rende, nergens bang voor was en alles en iedereen aankon. De tijd dat ik lachte om mijn problemen en altijd met een rechte rug voor de spiegel stond. De tijd dat ik met mijn energie niet wist wat te doen, de nachten die ik oversloeg om maar niet op te hoeven houden met feesten. De tijd dat elk uur door mij geleefd werd, intens, oprecht en met volle overgave. De tijd van verliefd zijn, opnieuw verliefd worden, op reis, naar verre vreemde landen gaan. De tijd dat voor mij de wereld een speelveld was, waarop ik zonder remmen overheen kon rennen, en dat ook deed. De tijd van bij mijn vader voor de open haard, onder een warme deken. Met mijn moeder naar de supermarkt. De tijd dat ik voor het eerst helemaal alleen de boodschappen mocht doen. De tijd van mijn eerste leren jas, mijn studie, op kamers. De tijd dat ik bij mijn ouders niet meer in de buurt woonde, maar elk weekend weer stond te popelen om naar hen af te reizen. Een weekend thuis. Bij mijn ouders. De tijd dat dat mijn thuis was. Hoe dan ook. Wanneer dan ook.

Die tijd, die tijd is voorbij. Die tijd is aan mij opeens voorbij gedreven, als een storm de al mijn mooie schapenwolkjes uiteen heeft gereten. Terwijl ik er naar keek. De gedachten aan die tijd zitten nu de hele dag nog in mijn hoofd en tegenwoordig ben ik boos. Boos en bang. Boos omdat ik die tijd maar niet kan missen en bang omdat in het verleden te blijven hangen. Grijpend naar elk halmpje dat zich mij kant heen strekt. Soms krijg ik er eentje te pakken, maar voordat ik hem naar me toe kan trekken, knapt hij en veert hij terug naar mijn verleden, en dan zak ik teleurgesteld en eenzaam weer in mijn stoel van het heden.

Op de vraag ‘waarom?’ durf ik mezelf geen antwoord te geven, omdat ik zou kunnen denken dat het allemaal mijn eigen schuld is geweest. Of dat ik het niet verdiend zou hebben (had ik vroeger maar wat rustiger aan gedaan, mijn geluk wat beter gespreid opgemaakt). En vraag me dan af of ik inderdaad wel deug. Voor het leven.

Dan zijn er dagen dat ik als een hinde uit mijn bed spring, de dag stralend lachend tegemoet loop. Zingend zelfs! In de keuken met de radio mee, terwijl ik zonder morren de afwas doe en uit de koelkast een heerlijk eitje bak. Met tomaat en wat geraspte kaas. De deur van het balkon open, en de nog frisse ochtend waait zich naar binnen. En samen met mijn geluk begin ik aan de dag. Hupsakee! Wéér liggen dromen. En de donkere dag, midden in de zomer, neemt plaats op mijn schouders om daar de hele dag maar te blijven zitten. Totdat ik niet verder gebukt kan gaan, en moe en versleten op mijn bed ga zitten. Probeer ik nog even een boek te pakken. Laat ook maar. Slaak een zucht en trek de gordijnen dicht, om het enge buiten maar vooral niet te hoeven zien en ik knijp mijn ogen harder dicht dan nodig is. Mijn handen knijpen in mijn kussen. Mijn voeten krijg ik niet stil, die leven hun eigen leven. En bang val ik in slaap. Bang voor dromen. Bang voor de volgende dag. Want het is de cirkel die mij schaadt.

De gaten in mijn opgewekt humeur zijn onopgemerkt gevallen. Zonder er lang over na te denken, kan ik nog de dagen aanwijzen, op de dag nauwkeurig, waarop ik mij oprecht gelukkig voelde en vertrouwd. Vertrouwd met alles om me heen, maar vooral het vertrouwen in mijzelf, dat ik zonder schaamte met me mee droeg en deelde met iedereen waar ik van hield. De dag dat ik mijn zeventiende verjaardag vierde, de vijf dagen daarna en alle dagen daarvoor. De dag dat ik voor het eerst het meisje met die hele mooie zwarte ogen kuste en met mijn voeten los kwam van de vloer. De dag dat mijn oma 70 werd en ons allemaal mee uit eten nam, en ik en mijn neefjes renden door het restaurant en speelden onder de tafels. De dag van het kanovaren in Frankrijk. Het karten met mijn vader en de hele lange waterglijbaan in Kopenhagen. En de dag dat ik mijn eerste cd-speler aansloot op mijn eigen kamer.

Vraag me niet waarom of waar mijn tij is gekeerd. In de donkerste hoeken van mijn ronde hoofd zit nog steeds dat geluk verscholen. Bang, welhaast, om tevoorschijn te komen. Bang voor alle teleurstellingen die van mij sindsdien een ander mens hebben gemaakt. Soms, als niemand kijkt, trek ik een oude herinnering uit een stoffige lade in mijn hoofd en bezie ik deze door de tranen in mijn oog. Alsof ik de dag nog ruik, het schoolreisje en mijn rugzakje vol met blikjes Cola en snoepjes. Een dag die nooit voorbij mocht gaan. Ik pak mijzelf in mijn hand, en daar sta ik. Een klein ventje, in de palm van mijn volwassen hand. Met een rood rugzakje en een intens gelukkige lach op zin gezicht. Ik herken mijzelf en weet waar ik toen was. In de Efteling, vlakbij een Holle Bolle Gijs, om mijn snoeppapiertjes weg te gooien. Wat vond ik die zuigende lucht toch spannend! En nu, vlug, naar de dansende schoentjes kijken! En hup! Daar spring ik van mijn hand, en ren ik over mijn bureau. De donkere vergetelheid weer in. Ik kijk dan nog even naar mijn lege handen, zie hoe oud die zijn geworden en zou er alles, maar dan ook alles voor geven om de tijd terug te kunnen draaien. Weer naar de Efteling. Ik was negen.

De dagen zoals ze nu voorbij kruipen zijn dagen die ik niet wil onthouden. Dagen die ik niet zo zeer doorbreng in constante angst, maar wel in de complete leegte van mijn geluk. Vooruit, ik mag niet klagen. Ik heb toch geen enkele reden om ongelukkig, alleen of bang te zijn? Iedereen weet het beter. Behalve ik, zo schijnt. Want ook al zie ik mezelf nog niet aan een touw van het plafond hangen, het ongrijpbare verleden schittert als de felste diamant. Prachtig, maar ongrijpbaar achter glas van de duurste juwelier.

Ik knip mijn nagels en was mijn handen. In de spiegel kijkt iemand niet onvriendelijk, maar zonder lach om zijn mond naar mij. Ik herken mijzelf in hem en geef hem een knipoog. Een knikje om hem te laten weten dat het waarschijnlijk allemaal wel zo zal blijven als het gaat. De dagelijkse vlugheid van de pijn en het verkrampte leven heeft haar in mijn macht. En net zoals die meneer daar in de spiegel voor me, bal ik mijn vuisten en wil ik iets heel duurs kapot maken. Mijn servies aan diggelen smijten en overal tegenaan trappen. De schuld ligt niet bij mij. De schuld ligt niet bij mij! Iets kapot gooien doe ik niet. In plaats daarvan knijp ik met met korte nagels in de muis van mijn hand, mijn ogen dicht en probeer te bedenken wat ik zal gaan doen. Trek ik een blikje bier open? Het zou zo maar kunnen, het is de eerste van vandaag. Wacht ik nog even? Ga ik misschien naar buiten? Of ga ik rommelen in een van mijn schoenendozen vol met herinneringen? Stap ik in bad? Zet ik koffie? Laat ik me vermaken door een van de miljarden filmpjes op het internet? Ga ik zitten voor de open haard, en stook ik wellicht een vuurtje? De warmte in mijn huis, mijn warmte. Surrogaat voor de deken om mijn ziel.

Mijn leven, zoals ik het kende. Zoals ik het me herinner. Een leven vol vrolijkheid, kattekwaad en energie. Een dagje naar de dierentuin, bijvoorbeeld. En nee, ik was geen zeven, of vier of zelfs maar twaalf. Ik was twintig, eenentwintig en ik genoot van elke stap die ik zette. Elke nieuwe indruk, een dier, een boom een frietje, met heerlijke mayo. Blikjes cola, de zon op mijn kop. Met mijn ouders, of alleen. Of samen met een vriend of vriendin. Alles en overal. Het was écht een dagje uit. Een dag om naar uit te kijken. Waarom is dat gevoel verdwenen? Waarom ben ik niet meer blij, om een dagje of een weekend weg te gaan? Waarom is alles een obstakel geworden? Aaaaaarggh!! Ik sta soms voor de spiegel en ik krijg dan medelijden als ik in mijn eigen ogen kijk. Waarom? Die eeuwige vraag. Waarom?

Ik heb mij voorgenomen om die vraag niet te gaan beantwoorden, omdat ik bang ben dat ik het antwoord nooit zal geloven. Wat het antwoord ook is, het is geen – en kan nooit zijn – een verklaring zijn. Nooit een geldige reden.

De paniek en de angst die zich een plaats in mijn leven hebben toegeëigend kan ik de kop wel afrukken. Als ik alleen maar zou weten hoe. Als ik alleen maar zou weten hoe. En ik, getroffen door een onverzadigbare drang naar mijn eigen verleden, heb me voorgenomen om nu eens mijn handen in elkaar te slaan. Mijn rug te rechten en mijn kin omhoog te steken en mijn herinneringen te vermoorden. Stuk voor stuk. Eén voor één.

Met mij niet meer! Niet langer gebukt onder al het moois van vroeger. Niet langer verdrinken in de herinnering aan dat kleine kereltje van vroeger, dat altijd blij was. Het is genoeg, nu. Genoeg. Ik ga de navelstreng, die me tot vandaag voor altijd heeft verbonden met het verleden, met een bot en roestig mes van me afsnijden. Met mijn blote handen, als het moet.

Met tranen in mijn ogen zie ik hoe mijn glimlach van altijd verdwijnt in een donker niets. Ik blijf leeg en zonder pijn van al mijn mooie dagen achter. Op mijn stoel. Vandaag. Met een bier in mijn hand en een leeg leven. Leeg als een blad papier, waarop ik vanaf vandaag opnieuw zal tekenen.

© Fred Händl – 2010

A letter to Gail Zappa

I have given it a week. That week has now passed and I promised myself to post something about the matter. The matter being Gail’s Digital Crusade against the ‘improper’ usage of Frank Zappa’s Musical Heritage.

Frank Zappa, his music, his wit and intelligence, his whole heritage to the world, so to speak, has captured me for decades now, and he has since become a part of my life.

Not only do I daily enjoy his music, but I host a fan site (www.jazzappa.com) to honor him and his music. Hoping that people that are new to him and his music will feel the urge to explore all that he did and become a Zappa fanatic themselves. Not for financial gain (maintaining that site just costs me), but because I truly and honestly believe that the world needs more Zappa. And definitely more Zappa fans.

It genuinely breaks my heart, to find out that Gail is doing everything to kill any sowed Zappa seed before it grows. Believe when I tell you that it has actually made me cry …

I very well understand that this whole ZFT is a business and that a business needs money to survive. But what I can not understand is why she, instead of supporting the spreading of the word, is actually doing all she can to smother it. Gail, please, if you read this, this is a letter for you:

“Dear Gail,

My name is Fred Händl. I am one of many, many, many die hard fans of your late husband, Frank Vincent Zappa. I am writing this letter on my own behalf, but chances are that many may agree with me.

Frank’s music has changed my life. Literally, and on many accounts. Because of him, I have chosen a life of music. Because of him, I have created and composed many a composition. Musically and otherwise. In many things I do, there is almost always a Zappa reference. I quote him, I share my thoughts about his music and I am part of many online communities that honor Frank’s music and ideas.

I am not a rich man, on the contrary, but I travelled from my hometown The Hague, The Netherlands, to Los Angeles to visit his unmarked grave. I bought a pair of sunglasses in Cucamonga, travelled through Orange County … it was a true pilgrimage and to me, it was an almost ethereal experience.

I have purchased all his recordings at least twice (and now, with he 2012 remasters, I am going for thirds) and I go and see ZpZ whenever I have the chance.

I am sure that I am not the only one. If there was any religion that could rule my life, it’d be Zappism. And, yes, I am a follower. And I am doing all I can to share his wonderful music, whenever I can.

Never I will be able to understand your relationship with him, nor will I ever try to or even try. You took care of him, you were his wife and you must miss him a lot. Losing a spouse at such an age, must be one of the most devastating things that can ever happen to anyone and, almost 20 years later, I still condole you with the loss of your partner.

The online Zappa community is very large, larger that you might even know. There are so many people out there that are, like me, idolize Frank. And all of them know his music inside out. These are people that will more than gladly spread his heritage and encourage others to go out and buy his music. And yes, they will also share the bootlegs, pictures, logos and what not. But NOT for personal (financial) gain. They will do so, because they truly and honestly believe in ‘him’. And because of those people, more albums will be bought and more people will get acquainted with Frank and his music.

Please, Gail … as a Frank Zappa devotee, I ask you to please join us, instead of working against us. We, the fans, want only two things: 1. to always enjoy FZ’s music and 2: to let everybody know how damn cool his music is! (read: go and buy!). People that only want to download and not pay for music, will NEVER pay. Regardless what, or how.

You, as Frank’s partner for so long, have the key to open the global door. Open it, and let all those potential fans in. Please …. please stop threatening the fans of your late husband. They are only trying to share the love for Frank’s music. And why? Not for personal gain, but because they feel that they have to ‘feed’ the flock with real music. And that, I believe, is what everybody should do. Especially when it comes to Frank Zappa’s Music.

Sending threatening letters to web masters of fan sites doesn’t doe the trick. Having youtube-videos removed, doesn’t do the trick … It really doesn’t. Besides that, you are really hurting people by doing so. I don’t know if you realize, but people love you. You are Gail ‘fucking’ Zappa … You were a groupie, you were his wife .. you are IMPORTANT to many, many people. Please don’t forget that. You are important to me, too. You really are.

Please redesign your war plan. Please. I am afraid it might backfire. And that backfire will hurt all the wrong people. Really, it will.

~ Fred “

Die met die kousen

Of ik wat wil drinken. Natuurlijk wil ik wat drinken, wat denk dat mens wel? Dat ik hier voor de lol ben gaan zitten? Ze heeft een strakke spijkerbroek aan, die haar allerminst siert. Onder haar goedkope riem hangt, naast een amorfe klomp, namelijk nóg een rolletje overtollige reet. Een rolletje waarzonder ik haar best een had willen trakteren op een avondje Zappa bij mij thuis. Na het beluisteren van het drieluik Shut Up ‘N Play Yer Guitar, zou ik haar mijn fraai ingerichte slaapkamer laten zien. En precies op het moment waarop ik haar spijkerbroek langzaam over haar heupen heen naar beneden zou rollen, zou dan mijn telefoon af gaan. Het zou een sms-bericht betreffen. Of ik naar High Rolls wil komen, omdat daar de hele avond de muziek van John Zorn gespeeld gaat worden. En ik moet haar helaas de deur wijzen. Want een avondje High Rolls kan ik niet afslaan. Daarbij duurt neuken voor mij nooit veel langer dan een half uurtje. En dat wetende weet ik ook dat High Rolls voor vier uur in de ochtend niet zal sluiten. Gelukkig behoudt zij mij van dit scenario, omdat ze nu eenmaal wel dégelijk een extra rolletje heeft. Tel daarbij op de impertinente vraag of ik wat wil drinken en mijn avond is weer gered.

Rolletje of niet, ze weet wel waar ze mee bezig is, want nog geen twee minuten later staat er voor mij op tafel een glas met schuimend bier. Niet te versmaden, omdat het Jupiler is. De avond kan beginnen. Een avond die zal bestaan uit het mijzelf langzaam vol laten lopen met schuimende Jupilers, het bekijken van voorbijgaand wandelverkeer en, als het een beetje meezit, zal resulteren in het escorteren van een prima dame voor bij mij in bed.

Het geluk is niet met mij. Na zeven halve liters heb ik pas vier mogelijke kandidates voorbij zien komen. Vijf eigenlijk, maar die had haar vriend bij zich. En als ik ergens een hekel aan heb, is het wel aan geschikte dames die met hun vriend over straat willen lopen. Inmiddels zijn die vier al lang weer verdwenen en trakteer ik mezelf op het clientele. Ik moet een paar keer met mijn hoofd draaien, maar dan vind ik er toch maar mooi eentje. Met korte rok en zwarte pantykousen. Als er iets is waarvoor ik graag warm loop, zijn het wel korte rokjes met daaronder een panty (of, voor als het helemaal perfect moet zijn, netkousen).

Mijn avond is helemaal in orde. De dame met de kousen gunt me, nadat ik mij een aantal keer duidelijk genoeg had omgedraaid, een blik die er niet om liegt. Kijk … toch nog de moeite. Al begint nu het vervelende overtuigen van de tegenpartij, dat ze vanavond niet samen met haar vriendin naar huis gaat, maar met mij. Het is nog niet al te laat, dus ik zal nog eventjes moeten wachten. Aan wachten heb ik echter een hekel en ik besluit dan ook om niet langer te dralen en de dame in kwestie van achter haar Martini te trekken en haar te begeleiden naar mijn slaapkamer. En oh, wat daar allemaal zal gaan gebeuren. Als ze dat nu al zou weten, dan ze waarschijnlijk gillend om de rekening vragen.

Eenmaal in mijn slaapkamer zouden er de nodige tongzoenen aan vooraf gaan, maar daarna zou dan toch echt het rokje omhoog moeten. Rokje omhoog en slipje naar beneden. Een slipje, in de kleur roze (zoals ik tijdens mijn bespiedingen al had vastgelegd) wat ik zou houden als ze de volgende dag weer naar haar eigen saaie huis zou gaan. Ze zou het met alle liefde bij me achterlaten en hopen dat de volgende afspraak niet lang op zich zou laten wachten.

NetkousenHet loopt, natuurlijk, allemaal anders dan in mijn hoofd. Ik zwalk, als het voor High Rolls tijd is om te sluiten, als laatste de kroeg uit. Ik groet Charles en overweeg voor een seconde of twee of ik aan haar stoel ga ruiken, maar zie er van af, omdat die met dat extra rolletje de asbakken aan het ophalen is.

“Dat waren prima pinten, mevrouw. Dank u wel.” zeg ik met mijn meest beleefde stem. Ze knikt en loopt met een stapeltje asbakken naar binnen. Ik kijk nog een keer goed naar haar kont in strakke denim, en besluit dat ze geen rolletje meer heeft. Ik wacht totdat ze weer naar buiten komt en de rest van de aschenbecher komt halen.

“Heb jij wel helemaal in de gaten hoe mooi je bent?” vraag ik gemeend. Ze lacht haar niet eens gele tanden bloot en blijft even wachten op mijn verdere avances. Die blijven uit, want ik weet het niet meer. Wat ik wel weet, is dat ik gerekend had op een avond met korte rok en netkousen. Niet met strakke spijkerbroek. Aan de andere kant klinkt me het afpulken van een strakke broek mij als muziek in de oren.

Laat mij bij het naar beneden rollen van haar Scotch & Soda-broek nu stuiten op een paar blauwe netkousen! En dat niet alleen, maar bij het schillen stuit ik op een ferm aantal prachtige tatoeages en twee tepelpiercings! Wat bof ik toch. En dat allemaal omdat ik besloot om naar de kroeg te gaan, in plaats van …

~ Fred